Den Haag +31 70 711 33 30  |  Amsterdam +31 20 717 31 10  |    Email

About Umit Arslan

This author has not yet filled in any details.
So far Umit Arslan has created 15 blog entries.

A.s.r. vindt het in letselschadezaken niet langer passend om gemiste inkomsten uit “zwart werk” te vergoeden

Bij de behandeling van letselschadedossiers namens slachtoffers van verkeers- en/of bedrijfsongevallen hebben wij regelmatig te maken met A.s.r. Verzekeringen aan de overkant van de spreekwoordelijke onderhandelingstafel. Sinds enkele maanden lijkt deze verzekeraar echter de strijd te zijn aangegaan met claims bestaande uit gemiste inkomsten uit “zwart werk”. Zo heeft zij in een notitie, die kennelijk standaard aan belangenbehartigers wordt gestuurd, kenbaar gemaakt dat met de tegenwoordig geldende normen en waarden het niet langer passend is om gemiste inkomsten uit “zwart werk” te vergoeden.

Waarom vindt A.s.r. dat gemiste inkomsten uit “zwart werk” niet vergoed mag worden?

A.s.r. meent dat in de huidige maatschappij “zwart werken” niet langer verdedigbaar is. De rechtvaardiging hiervoor vindt zij in het feit dat er een forse gevangenisstraf staat op “zwart werken.” Het is dan ook om die reden dat A.s.r. niet langer zal bevoorschotten op deze schadepost, waarbij zij hogere eisen zal stellen aan de bewijslast van deze schadepost. Ook maakt zij bekend dat zij hoe dan ook uiterst terughoudend zal zijn waar het het toekennen van een eventuele vergoeding betreft in afwachting van de uitkomst van de discussie die A.s.r. over dit onderwerp zal aangaan, onder meer in rechte.

A.s.r. zal in het kader van het vorenstaande zwaardere eisen stellen aan de bewijslevering, zowel waar het betreft het aantonen van zwart werk als de omvang daarvan.

Zo zullen anonieme verklaringen niet langer toereikend worden geacht en kunnen deze niet bijdragen aan het door de benadeelde te leveren bewijs. Ook zal A.s.r. in dossiers waarin een vergoeding voor zwart werk wordt gevorderd, steeds willen zien of kan worden aangenomen dat de benadeelde dat zwart werk óók zou hebben verricht indien hij er “wit” in plaats van “zwart” voor zou zijn betaald.

Wat vinden wij als Arslan & Ersoy Advocaten van dit standpunt?

Wij voorzien dat dit ongenuanceerde standpunt van A.s.r. in de letselschadepraktijk tot meer discussies en procedures gaat leiden. Redengevend hiervoor is vooral de zinsnede dat A.s.r. hoe dan ook uiterst terughoudend zal zijn waar het toekennen van een vergoeding betreft in afwachting van de uitkomst van de discussie die A.s.r. over dit onderwerp zal aangaan, onder meer in rechte.

“Zwart werken” is als zodanig al lastig te bewijzen, nu niet alleen de arbeid zelf maar ook de beloning buiten de officiële boekhouding om gebeurt. Er is veelal geen registratie of documentatie voorhanden waarmee dit bewezen kan worden. Vaak helpt het wel als er een schriftelijke verklaring beschikbaar is van een werkgever of opdrachtgever. In de praktijk is deze echter niet altijd gemakkelijk te verkrijgen. Werkgevers die hun personeel zwart laten werken zijn uiteraard huiverig dat deze schriftelijke verklaring in verkeerde handen (lees: de belastingdienst) terechtkomt.

Hoe problematisch deze schadepost bewijstechnisch gezien ook is en of je de praktijk “zwart werken” als verzekeraar moreel onverantwoord vindt of niet, de wet en jurisprudentie op dit vlak is duidelijk. Als je als benadeelde kunt bewijzen dat je inkomsten uit “zwart werk” genereerde en deze inkomstenbron komt als gevolg van het ongeval te vervallen, dan komt deze schadepost voor vergoeding in aanmerking.

Wel merkt A.s.r. terecht op dat anonieme schriftelijke verklaringen van werkgevers of opdrachtgevers niet te controleren zijn op echtheid en daarmee niet meer gebruikt kunnen worden als onderbouwing voor de schade. Daarom lijkt het ons wel fair dat A.s.r. anonieme verklaringen niet (meer) accepteert. Hier staat echter tegenover dat een schriftelijke verklaring die niet anoniem is, wel als bewijs gebruikt kan worden voor de onderbouwing van deze schadepost.

Resteert ten slotte het standpunt van A.s.r. dat het aan de benadeelde is om aannemelijk te maken dat hij, ook als hij “wit” zou zijn betaald, het werk zou hebben gedaan en ook zou zijn blijven doen. Dit standpunt wordt kennelijk gebaseerd op het arrest van de Hoge Raad van 24 november 2000, waarin de Hoge Raad heeft overwogen dat de rechter die de omvang van de schade in dit soort gevallen begroot, aan de hand van beschikbare gegevens moet vaststellen en eventueel moet schatten welk netto inkomen de benadeelde zou hebben genoten indien de beloning voor deze werkzaamheden ‘wit’ zou zijn.

In dit arrest heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over welk beoordelingskader een rechter moet hanteren bij het begroten van de omvang van de schade bij zwart werk. De visie van A.s.r. dat deze overweging van de Hoge Raad óók gebruikt moet worden bij de beantwoording van de vraag óf de benadeelde überhaupt aanspraak heeft op een vergoeding voor gemist zwart werk, gaat wat ons betreft te ver.

A.s.r. geeft een betekenis aan deze overweging van de Hoge Raad, die er simpelweg niet is. Nergens in dit arrest laat de Hoge Raad zich expliciet uit over de vraag of dit beoordelingskader ook gebruikt moet worden bij de beantwoording van de vraag óf de benadeelde aanspraak kan maken op een vergoeding voor gemiste inkomsten uit “zwart werk.”

Dat volgens A.s.r. een benadeelde die een vergoeding voor gemiste inkomsten uit “zwart werk” claimt, moet bewijzen dat hij hetzelfde werk óók zou hebben gedaan als hij “wit” in plaats van “zwart” ervoor zou worden betaald, is een vereiste dat A.s.r. in onze optiek ten onrechte stelt, alvorens zij deze schadepost erkent en vergoedt.

Wij zijn dan ook van mening dat A.s.r. dit arrest van de Hoge Raad onjuist interpreteert en ten onrechte uit zijn context haalt met het uitsluitende doel om haar standpunten over claims voortvloeiende uit gemiste inkomsten uit “zwart werken” (die vooral moreel en niet juridisch ingegeven zijn), van een juridische onderbouwing te voorzien. Dat vinden wij zeer jammer, vooral nu deze discussie meer dan voorheen voor de rechter uitgevochten moet worden.

28 april 2020|

Werkgever aansprakelijk voor letselschade van werknemer als gevolg van diens val van een ladder tijdens werk

De kantonrechter van de Rechtbank Den Haag oordeelde in haar uitspraak van 25 maart 2020 dat de werkgever van onze cliënt aansprakelijk is voor alle schade die hij heeft geleden als gevolg van een ongeval tijdens het werk. In deze bijdrage zullen de casusfeiten de revue passeren en gaan wij in op de juridische beoordeling die de kantonrechter heeft gemaakt.

Onze cliënt werkte sinds jaar en dag als installateur voor een bedrijf dat elektronische beveiligingssystemen aanlegt. Op 24 juli 2017 was hij in opdracht van zijn werknemer aan het werk in een bedrijfspand van een autodealer. Voor het aanleggen van de alarminstallatie moest cliënt op enkele meters hoogte werken. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden in het pand stond hij op een ladder en is hij daarbij ten val gekomen. Onze cliënt heeft als gevolg hiervan letsel aan zijn linker elleboog opgelopen, waardoor hij arbeidsongeschikt is geraakt.

De arbeidsinspectie heeft onderzoek verricht naar het ongeval, waarna deze een boeterapport heeft opgesteld. Naar aanleiding van dit rapport is de werkgever ook bestuursrechtelijk beboet wegens overtreding van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Reden hiervoor was dat volgens de Arbeidsinspectie de ladder niet zodanig werd gebruikt door onze cliënt dat deze bij zijn werkzaamheden op de ladder steeds een veilige steun en houvast had. De werkgever heeft er aldus onvoldoende op toegezien dat de werkzaamheden op hoogte op een veilige wijze konden worden uitgevoerd, zonder dat er gevaar was voor onze cliënt.

In de tussentijd wendde onze cliënt zich tot ons met het verzoek om zijn letselschade te verhalen op zijn werkgever. Hierop hebben wij de werkgever aansprakelijk gesteld. De werkgever betwistte echter iedere aansprakelijkheid, omdat zij vond dat zij aan haar zorgplicht als werkgever had voldaan en dat onze cliënt zelf onvoorzichtig heeft gehandeld, terwijl hij zelf de desbetreffende ladder heeft meegenomen zonder overleg te plegen met de werkgever.

Als gevolg hiervan waren wij genoodzaakt de werkgever te dagvaarden, waardoor het geschil ter beslechting is voorgelegd aan de kantonrechter van de Rechtbank Den Haag.

De kantonrechter stelt bij de beoordeling voorop dat de werkgever verplicht is de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.

Op grond van artikel 7:658 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek is de werkgever aansprakelijk jegens de werknemer voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij de werkgever aantoont dat (1) zij aan haar zorgplicht heeft voldaan, (2) de schade niet het gevolg is van het tekortschieten in haar zorgplicht en ook zou zijn ontstaan als de zorgplicht wel zou zijn nagekomen, of (3) de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer zelf.

De kantonrechter overweegt daarbij dat tussen partijen niet in geschil is dat de werknemer op de bewuste dag schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Om die reden is de werkgever in beginsel aansprakelijk voor deze schade, tenzij de werkgever rechtsgeldig een beroep kan doen op een van de bovengenoemde drie uitzonderingen. De kantonrechter oordeelt vervolgens dat het op de weg van de werkgever ligt om aan te tonen dat zij wel aan haar zorgplicht heeft voldaan.

Onder verwijzing naar de geldende wetgeving en jurisprudentie overweegt de kantonrechter dat er een ruime zorgplicht rust op de werkgever, waardoor niet snel kan worden aangenomen dat de werkgever aan haar zorplicht heeft voldaan in een situatie als deze. Uit het boeterapport van de Arbeidsinspectie blijkt dat de door onze cliënt gebruikte ladder niet geschikt was voor de werkzaamheden die hij moest uitvoeren. De trap was volgens de arbeidsinspecteur te kort en had bovendien geen beugel.

Volgens de kantonrechter staat het dan ook vast dat de werkgever aan onze cliënt geen veilige ladder ter beschikking heeft gesteld voor de uit te voeren werkzaamheden. De werkgever heeft op dit punt niet voldaan aan haar zorgplicht. Ook speelt een rol dat niet is komen vast te staan dat onze cliënt specifieke instructies heeft gekregen voor het uitvoeren van de werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld welke ladder hij voor deze werkzaamheden zou moeten gebruiken.

De conclusie is dat de werkgever aansprakelijk is voor de schade die onze cliënt ten gevolge van het bedrijfsongeval heeft geleden en nog zal lijden.

Voor de volledige uitspraak van de kantonrechter, verwijzen wij u naar bijgevoegd document.

Bent u ook slachtoffer geworden van een ongeval tijdens uw werk en heeft u als gevolg hiervan letsel opgelopen? Indien uw werkgever of opdrachtgever zich niet heeft gehouden aan zijn zorgplicht, dan komt u in aanmerking voor een schadevergoeding voor de letselschade die u heeft geleden. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met een van onze advocaten of letselschadespecialisten. Dat kan per e-mail via letsel@arslanersoy.nl of telefonisch via 070 – 711 33 30.

17 april 2020|

Gerechtshof Den Haag oordeelt dat verzekeraar onvoldoende bewijs heeft voor frauderegistratie en maakt deze ongedaan.

In deze zaak is aan de orde of de verzekeraar onze cliënte terecht wegens fraude heeft opgenomen in het Extern Verwijzingsregister (EVR). Volgens de verzekeraar was er sprake van een frauduleuze claim omdat cliënte melding heeft gedaan van een inbraak in haar luxe schoenenwinkel, terwijl alles erop wijst dat sprake is van een geënsceneerde inbraak. Niets blijkt echter minder waar, zoals zal volgen uit het navolgende.

Op 7 april 2020 heeft het Gerechtshof Den Haag uitspraak gedaan in een jarenlang durend geschil tussen onze cliënte en Nationale Nederlanden als verzekeraar. De verzekeraar beschuldigde onze cliënte van het doen van een frauduleuze schadeclaim omdat de inbraak volgens de verzekeraar in scène was gezet door onze cliënte.

Onze cliënte drijft een onderneming die zich toelegt op de in- en verkoop van merkschoenen, -tassen en aanverwante accessoires. De winkel bevond zich op de begane grond van het winkelpand en het magazijn was op de eerste verdieping, boven de winkel.

In juni 2015 heeft onze cliënte bij Nationale-Nederlanden melding gemaakt van een inbraak in het winkelpand via een geforceerd raam aan de achterzijde op de eerste verdieping. Volgens cliënte zijn daarbij tassen en schoenen gestolen. De verzekeraar heeft drie verschillende onderzoeken laten verrichten naar deze claim, bestaande uit een toedrachtsonderzoek, een technisch onderzoek en een onderzoek naar de omvang van de schade. Op basis van deze rapporten concludeert Nationale Nederlanden dat de inbraak in scène is gezet. Zij wijst vervolgens de schadeclaim van onze cliënte af, beëindigt de verzekering, plaatst haar voor de maximale duur in het Extern Verwijzingsregister (EVR) en als klap op de vuurpijl vordert zij de door haar gemaakte onderzoekskosten terug van cliënte.

Na al deze ingrijpende maatregelen wendde cliënte zich tot Arslan & Ersoy Advocaten met het verzoek haar recht te halen. Hierop hebben wij een kort geding aangespannen tegen de verzekeraar met het doel om de voorzieningenrechter te vragen al deze ingrijpende maatregelen ongedaan te maken. Deze maatregelen waren namelijk in strijd met het recht getroffen en mochten in geen geval stand houden. Helaas was de Voorzieningenrechter niet overtuigd van de in onze optiek plausibele verklaringen die cliënte gaf en wees hij de vorderingen af.

Mede door het doortastend handelen van Arslan & Ersoy Advocaten in hoger beroep maakt het Gerechtshof Den Haag korte metten met deze uitspraak van de Voorzieningenrechter. Zo overweegt het Gerechtshof dat het ensceneren van een inbraak om een verzekeringsuitkering te verkrijgen een zware beschuldiging is die een stevige onderbouwing vereist.

De verschillende in opdracht van Nationale-Nederlanden opgemaakte rapporten geven naar het oordeel van het hof deze onderbouwing niet. De verzekeraar heeft volgens het Gerechtshof niet de vinger gelegd op feiten en omstandigheden die bijdragen aan het bewijs dat onze cliënte zelf de inbraak in scène heeft gezet. Alles bij elkaar leveren de door de verzekeraar gestelde feiten en omstandigheden hooguit een redelijk vermoeden van fraude op en volgens de normen die zijn uitgestippeld in de geldende jurisprudentie is dit onvoldoende voor het doen van een registratie in het EVR, aldus het Gerechtshof.

Deze uitspraak is gepubliceerd op rechtspraak.nl. Voor de volledige uitspraak wordt u verwezen naar bijgevoegde link:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2020:559

Bent u ook het slachtoffer van onterechte opname van uw persoonsgegevens in diverse frauderegisters door uw verzekeraar? Dan is het tijd om hét advocatenkantoor in te schakelen dat gespecialiseerd is in verzekeringsrecht en verzekeringsfraudezaken. Wist u bijvoorbeeld ook dat Arslan & Ersoy Advocaten uitsluitend verzekerden bijstaat en weigert om verzekeraars bij te staan? Dit biedt ons het voordeel om onbevangen en onafhankelijk op te treden tegen (grote) verzekeraars in verzekeringsfraudezaken.

Indien u te maken heeft met dezelfde verzekeringsproblemen, dan kunt u telefonisch (070 711 33 30) of via e-mail (info@arslanersoy.nl) contact opnemen met ons kantoor voor het maken van een afspraak voor een intakegesprek.



9 april 2020|

Wildgroei aan letselschadespecialisten: een voordeel of nadeel?

Een zoekopdracht naar ‘letselschade’ of ‘letselschadespecialist’ op google levert een enorm aantal hits op. Ieder slachtoffer van een ongeval, kan, indien er een aansprakelijke partij is, zijn schade verhalen op deze partij of diens verzekeraar.

Elk slachtoffer van een ongeval heeft recht op een belangenbehartiger. Belangrijk daarbij om te weten is dat de zaak wordt toevertrouwd aan een belangenbehartiger die capabel is om letselschadezaken te behandelen.

Voordat u een letselschadespecialist inschakelt, is het raadzaam om de expertise, ervaring en het opleidingsniveau van deze specialist te onderzoeken. In onze optiek is het niet verstandig om een letselschadespecialist in te schakelen die geen juridische opleiding heeft genoten. Wij menen namelijk dat het van eminent belang is om te beschikken over een minimumniveau aan juridische kennis alvorens een letselschadezaak op zijn merites kan worden beoordeeld.

De huidige markt laat het toe dat iedereen zich, gekwalificeerd of niet, letselschadespecialist of belangenbehartiger noemt. Wij adviseren slachtoffers van een ongeval die op zoek zijn naar een bekwame letselschadespecialist of belangenbehartiger om vóóraf goed onderzoek en navraag te doen naar de expertise, ervaring en bekwaamheid van de beoogde belangenbehartiger. Indien u dit pas doet nadat de zelfbenoemde letselschadespecialist al vele maanden of zelfs jaren bezig is met uw dossier, dan kan dat tot desastreuze gevolgen leiden voor u en uw letselschadezaak.

In onze praktijk komen wij immers veel schrijnende gevallen tegen, waarbij slachtoffers de overstap willen maken van deze zelfbenoemde letselschadespecialisten naar ons advocatenkantoor. Na overname en bestudering van het dossier komen wij dan ook vaak tot de ontdekking dat de zaak door onze voorganger ‘inhoudelijk gezien’ zo slecht is behandeld dat het extreem lastig wordt om alsnog de zaak tot een goed einde te brengen. Hoewel onze ervaren advocaten en juristen vaak genoeg erin slagen om naar ons overstappende cliënten uit deze sleur te halen, is voorkomen nog altijd beter dan genezen. Dit bereikt u als u vooraf ervoor kiest om geholpen te worden door een belangenbehartiger of advocaat die wel beschikt over het vereiste expertise- en opleidingsniveau.

Aan de ene kant is het toe te juichen dat de letselschadebranche tegenwoordig veel concurrentie kent, omdat dit de bestaande letselschadespecialisten triggert om zich te onderscheiden door de kwaliteit van hun dienstverlening te verbeteren. Aan de andere kant zorgt deze ontwikkeling wel ervoor dat slachtoffers van ongevallen door de bomen het bos niet meer zien. Een belangenbehartiger of letselschadespecialist vinden, van wie men mag aannemen dat deze beschikt over het juiste expertise- en opleidingsniveau, is lastiger geworden dan ooit tevoren. Het is dus meer dan voorheen oppassen geblazen voor slachtoffers van ongevallen.

Bent u op zoek naar een letselschadespecialist die wel bekwaam is in het bijstaan van slachtoffers van ongevallen? Dan kunt u voor al uw vragen en hulpverzoeken hierover terecht bij ons. U kunt bellen met ons via 070 711 33 30. Uw e-mails kunt u richten tot letsel@arslanersoy.nl

19 december 2019|

Geen rijbewijs, wel verkeersongeval en letsel? Uw claim is haalbaar!

In een spraakmakende letselschadezaak, waarbij onze cliënt als bestuurder van een motorfiets betrokken was geraakt bij een verkeersongeluk, is het ons – ondanks de starre en weigerachtige houding van de verzekeraar van de tegenpartij – gelukt om via de rechtbank een letselschadevergoeding voor onze cliënt te bewerkstelligen. Het interessante aan deze zaak was dat onze cliënt niet beschikte over een motorrijbewijs, maar toch vond dat de tegenpartij (bestuurder van het betrokken voertuig) aansprakelijk was voor zijn schade. De verzekeraar weigerde echter de schade van onze cliënt te vergoeden en kwam met allerlei juridisch gekunstelde verweren om onder haar schadevergoedingsplicht uit te komen. Uiteindelijk moest het geschil voor de rechter worden beslecht en de verzekeraar moest hierbij het onderspit delven. 

Hoewel de rechtbank uiteindelijk een verdeling van 75/25 hanteert bij de omvang van de aansprakelijkheidsvraag (dat wil zeggen dat de verzekeraar 75% van de schade van cliënt behoort te vergoeden), is de rechtbank het met ons eens dat in het enkele niet beschikken over een rijbewijs géén grond voor de conclusie bestaat dat de aan onze cliënt toe te rekenen omstandigheden in zodanige mate hebben bijgedragen aan de schade dat de verzekeraar niet schadeplichtig is. Een rijbewijs is een bewijs van rijbekwaamheid. Het ontbreken ervan betekent echter niet dat rijbekwaamheid zonder meer ontbreekt. Onze cliënt heeft immers een reeks motorrijlesuren gevolgd en had twee deelexamens afgerond, terwijl niet gebleken is dat hij, behalve het hanteren van onvoldoende afstand, zich zónder rijbewijs anders in het verkeer heeft gedragen dan een willekeurige andere bestuurder mét rijbewijs zou hebben kunnen doen.

Wilt u hier meer over weten? Dan kunt u de volledige uitspraak lezen via de volgende link:

ECLI_NL_RBDHA_2018_9056 (1)

Vooropgesteld dat wij het niemand aanraden om zonder rijbewijs een motorfiets of een auto te besturen, moet ons van het hart dat ook degene die zonder rijbewijs met een motorfiets of een auto deelneemt aan het verkeer onder omstandigheden zijn of haar letselschade kan claimen. Deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag bewijst dat weer eens. Heeft u met een soortgelijke situatie te maken en heeft u behoefte aan deskundige rechtsbijstand? Dan bent u bij Arslan & Ersoy Advocaten aan het juiste adres.

Neem contact op met ons kantoor via letsel@arslanersoy.nl of bel met een van onze advocaten via 070-711 33 30 en 020-717 31 10.

28 mei 2019|

Verzekeraar wederom op vingers getikt door rechter voor onrechtmatige frauderegistratie van haar verzekerde

Als advocaten gespecialiseerd in (onder meer) verzekeringsfraudezaken worden wij de laatste jaren overspoeld met zaken afkomstig van verzekerden, die door hun verzekeraars als fraudeurs worden bestempeld. Alsof het niet uitkeren van de geclaimde schade en het direct beëindigen van de verzekeringsovereenkomst niet genoeg is, worden verzekerden extra benadeeld door het feit dat zij zonder pardon in diverse interne en externe frauderegisters worden opgenomen. Met name deze externe registratie kan heel zuur zijn voor verzekerden, omdat het gevolg hiervan meestal is dat verzekerden veelal voor de duur van 8 jaar in het zogeheten Extern Verwijzingsregister (EVR) worden opgenomen. Deze registratie heeft zeer vérstrekkende gevolgen voor de betrokkenen, omdat zij na deze registratie bij wijze van spreken ‘vogelvrij’ worden verklaard voor alle overige verzekeraars in Nederland. Bijna geen enkele verzekeraar is dan nog bereid om (vrijwillig) een verzekering aan de desbetreffende persoon aan te bieden.

Onlangs heeft de Voorzieningenrechter van de Rechtbank te Amsterdam, voormalig raadsheer in de Hoge Raad en hoogleraar privaatrecht bij de Vrije Universiteit te Amsterdam – de heer mr. F.B. Bakels –  in een kort geding dat mr. Ümit Arslan voor een cliënt van ons kantoor aanhangig maakte, korte metten gemaakt met de registratie van de persoonsgegevens van onze cliënt door Delta Lloyd (tegenwoordig Nationale Nederlanden) in het frauderegister. De geanonimiseerde uitspraak hiervan wordt als bijlage bij dit nieuwsbericht gepubliceerd: –> Vonnis KG 06.07.2018 geanonimiseerd

In deze zaak ging het om een verzekerde die schade claimde van zijn verzekeraar op grond van zijn autoverzekering. Zijn auto was in geparkeerde toestand (al dan niet door vandalisme) in de brand gevlogen. Voor deze schade was cliënt verzekerd, waardoor hij zijn schadeclaim ook spoedig indiende bij de verzekeraar. De verzekeraar achtte het nodig om nader onderzoek in te stellen door diverse onderzoeksbureaus in te schakelen. Hierbij viel het de verzekeraar op dat cliënt een in haar ogen exorbitant hoge factuur overlegde voor het chiptunen (het verbeteren van de prestaties) van de motor van de auto. Nader onderzoek leverde in de optiek van de verzekeraar op dat onze cliënt niet had aangetoond dat chiptuning daadwerkelijk had plaatsgevonden, waarbij het ook nog eens opmerkelijk was dat de hiervoor betaalde prijs niet marktconform was. Hoewel cliënt volledig meewerkte aan de onderzoeken van de verzekeraar en de vragen naar eer en geweten beantwoordde, slaagde hij er maar niet in om de verzekeraar te overtuigen van het feit dat hij niet heeft gefraudeerd en de desbetreffende garage opdracht had gegeven voor een performance upgrade van de auto (waarvan chiptuning deel uitmaakte). Reden waarom cliënt uiteindelijk Arslan & Ersoy Advocaten inschakelde om in de eerste plaats van deze onrechtmatige registratie als fraudeur af te komen. Het resultaat hiervan mag er zijn, want de voorzieningenrechter is volledig meegegaan in het pleidooi dat mr. Ümit Arslan van ons kantoor hield ten overstaan van de rechtbank. De externe registratie is ongedaan gemaakt en nu ligt de weg open voor onze cliënt om alsnog aanspraak te maken op de schadeclaim als gevolg van het uitbranden van zijn auto, welke schadeclaim aanvankelijk was afgewezen door de verzekeraar.

Wij delen met enige regelmaat rechterlijke uitspraken in dit soort verzekeringsfraudezaken op onze website om verzekerden op de hoogte te brengen van het feit dat zij niet ontmoedigd hoeven te raken als zij van hun verzekeraar het bericht ontvangen dat zij in diverse frauderegisters zijn opgenomen als gevolg van geconstateerde ‘onregelmatigheden’ in de schadeclaim. Veelal komen verzekeraars met imponerende onderzoeksresultaten van toonaangevende onderzoeksbureaus op de proppen. De inhoud van deze rapporten bevat doorgaans veel technische informatie, waarvan de inhoud niet direct door een leek kan worden begrepen, laat staan dat deze door de leek ontkracht kan worden. Verzekeraars vergeten hierbij echter vaak dat ook rechters veelal leken zijn en dat zij met dit soort rapporten ook rechters ervan moeten overtuigen dat in voorkomende gevallen is gefraudeerd door verzekerden. De conclusie die verzekeraars aan deze onderzoeksresultaten verbinden is bovendien niet altijd waterdicht en ondubbelzinnig. Deze zaak is daar een treffend voorbeeld gebleken, nu de onderzoekers slechts constateerden dat de motor van de auto ten tijde van de brand geen tekenen vertoonde van de aanwezigheid van een chiptuning. Of er éérder chiptuning had plaatsgevonden kon niet worden vastgesteld, aldus de onderzoeker. Hieruit kan niet de ondubbelzinnige conclusie worden getrokken dat de verzekerde in kwestie zich schuldig had gemaakt aan opzettelijke misleiding van de verzekeraar, aldus mr. Ümit Arslan. Een constatering die is gedeeld door een zwaargewicht in het civiele recht, hoogleraar privaatrecht en oud-raadsheer in de Hoge Raad – mr. F.B. Bakels – als voorzieningenrechter van de Rechtbank te Amsterdam.

Bent u ook ten onrechte opgenomen in diverse frauderegisters door uw verzekeraar en wordt u maar niet serieus genomen door uw verzekeraar? Dan is het tijd om hét advocatenkantoor in te schakelen dat gespecialiseerd is in verzekeringsrecht en verzekeringsfraudezaken. Wist u bijvoorbeeld ook dat Arslan & Ersoy Advocaten bewust ervoor kiest om uitsluitend verzekerden bij te staan in verzekeringsfraudezaken? Dit biedt ons de mogelijkheid om onbevangen en onafhankelijk op te treden tegen (grote) verzekeraars in verzekeringsfraudezaken. Indien u te maken heeft met dezelfde problematiek, dan kunt u telefonisch (070 711 33 30) of via e-mail (info@arslanersoy.nl) contact opnemen met ons kantoor voor het maken van een afspraak voor een intakegesprek. Last but not least: het intakegesprek is voor een ieder die ons raadpleegt gratis. Aantrekkelijker hadden wij het voor u niet kunnen maken!

 

 

7 juli 2018|

Rechter tikt verzekeraar op vingers wegens te voorbarige EVR-registratie

 

In een kort tijdsbestek van zes maanden stonden Arslan & Ersoy Advocaten en de advocaten van Achmea Schadeverzekeringen N.V. (hierna te noemen: “Achmea”) op 9 oktober 2017 voor een tweede maal tegenover elkaar bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank te Zutphen in twee verschillende verzekeringsfraudezaken. In beide zaken ging het echter om inbraak in een auto, waarbij diverse onderdelen van de desbetreffende auto’s waren ontvreemd. In de eerste zaak, waarin de Voorzieningenrechter uitspraak deed op 6 april 2017 (zie link: KG-Uitspraak-06.04.2017-Rechtbank-Zutphen-1) oordeelde de Voorzieningenrechter reeds dat Achmea ten onrechte was overgegaan tot het registreren van de persoonsgegevens van onze cliënt in het Externe Verwijzingsregister (EVR). De Voorzieningenrechter benadrukte hierbij dat een frauderegistratie in het EVR grote gevolgen voor de geregistreerde kan hebben, waardoor deze registratie slechts mag plaatsvinden indien van opzettelijke benadeling van de verzekeraar sprake is, althans van een poging daartoe. Een vermoeden van fraude is daarbij niet voldoende. Ook in de tweede zaak oordeelde de Voorzieningenrechter niet anders en tikte zij Achmea op haar vingers.  

Achmea baseerde haar stellingen op het technisch onderzoek dat is uitgevoerd door Post-Crash Voertuig Diagnose. De gestelde fraude werd met name gelinkt aan het storingsregistratiesysteem van de auto en de daarbij naar voren gekomen elektronische onderbrekingsgegevens. De door Achmea ingeschakelde expert stelde dat het aircobedieningspaneel, het Audio/Comand display en bedieningsknoppen op drie verschillende momenten (kilometerstanden) voor het eerst als zijnde elektronisch onderbroken zijn waargenomen dan wel gedemonteerd zijn. Dit zou volgens de expert moeten betekenen dat de gestelde partiele diefstal niet aannemelijk was. Om haar standpunt kracht bij te zetten heeft Achmea ervoor gekozen om anders dan in de eerste zaak, ditmaal ook de onderzoeker zelf tijdens de zitting uitleg te laten geven over zijn constateringen. Evenals mr. Ümit Arslan, was de Voorzieningenrechter echter hiervan niet onder de indruk.

mr. Ümit Arslan pleitte namelijk met succes ten overstaan van de Voorzieningenrechter dat deze onderzoeksresultaten niet zonder meer betekenen dat er sprake is geweest van een opzettelijke misleiding van de verzekeraar.
De gestelde elektronische onderbrekingen betekenen immers niet zonder meer dat deze onderdelen van de auto ook daadwerkelijk zijn gedemonteerd. Een elektronische onderbreking kan meerdere oorzaken hebben, zoals bijvoorbeeld een storing in de zekering of bij een accustoring. Ten onrechte verbindt Achmea dan ook de conclusie aan de elektronische onderbrekingen dat de onderdelen van de auto op diverse momenten zijn gedemonteerd.

De Voorzieningenrechter onderschrijft deze lezing en overweegt dat het onderzoek en de uitkomsten hiervan in hoge mate worden opgehangen aan uit het storingsregistratiesysteem van de auto afgeleide onderbrekingsgegevens. Dat staat — uit de aard der zaak — in ver verwijderd verband met de aan onze cliënt verweten opzettelijke misleiding en laat aanzienlijke ruimte voor interpretatie, aldus de Voorzieningenrechter. De Voorzieningenrechter sluit af met de overweging dat hieraan niet af doet de verklaring van de onderzoeker dat de storingen zoals beschreven in de rapportage alleen te plaatsen zijn bij de (fysieke) elektronische onderbreking van de betreffende onderdelen, aangezien onze cliënt dit heeft betwist en thans niet zonder meer valt uit te sluiten dat dergelijke storingen ook kunnen ontstaan door een andere oorzaak dan demontage van de onderdelen.

Het logische gevolg van het vorenstaande is dat Achmea door de Voorzieningenrechter is veroordeeld om de EVR-registratie binnen drie dagen na betekening van het vonnis aantoonbaar en onvoorwaardelijk ongedaan te maken. De volledige uitspraak kan via de onderstaande link gelezen worden:

KG Uitspraak 23.10.2017 Rechtbank Zutphen

Wordt u ook ten onrechte uitgemaakt voor fraudeur door uw verzekeraar of bank? Schroomt u dan niet om contact op te nemen met mr. Ümit Arslan, advocaat en specialist in verzekeringsfraudezaken bij Arslan & Ersoy Advocaten. U kunt gedurende werkdagen bellen voor het maken van een vrijblijvende afspraak (070 711 33 30) bij ons op kantoor in Den Haag. Mailt u eerst liever? Dat kan uiteraard ook, ons e-mailadres is info@arslanersoy.nl 

24 oktober 2017|

Heeft u al een virtuele tour gemaakt door ons kantoor?

Arslan Ersoy lawfirm

Als kantoor vinden wij het belangrijk om up to date te blijven met de technologische ontwikkelingen. Onlangs hebben wij panorama foto’s laten maken van het interieur van ons kantoor, welke foto’s wij hebben laten verwerken tot een streetview virtuele tour. “Google Business View” is een combinatie van 360 graden foto’s én professionele 2D foto’s, verwerkt tot een interactieve bedrijfspresentatie. Hierdoor krijgen cliënten de ervaring alsof zij echt in ons kantoor rondlopen. Zo komt ons kantoor online tot leven en kunt u interactief de sfeer van ons kantoor proeven! Wilt u een kijkje nemen? Dat kan via onderstaande link:

https://goo.gl/maps/zWm9qhZe2yn

Bent u door deze virtuele tour getriggerd om ons kantoor ook persoonlijk te bezoeken of vindt u de virtuele tour maar niks en wilt u toch lekker ouderwets ons kantoor persoonlijk bezoeken? Uiteraard blijft dit ook mogelijk voor u. Ons kantoor in Den Haag is gevestigd aan het Buitenom 237 (schuin tegenover het HMC Westeinde Ziekenhuis en op de hoek van de Prinsegracht). Ons kantoor in Amsterdam is gevestigd aan de Meer en Vaart 160 (Nieuw-West).

P.S. Wilt u met uw smartphone de virtuele tour doen? Dan adviseren wij u om gratis de google maps app te downloaden. 

12 oktober 2017|

Woningcorporatie is schadeplichtig jegens huurder wegens onrechtmatig ontruimen van huurwoning

Stichting Havensteder is bij arrest van 1 augustus 2017 door het Gerechtshof te Den Haag veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan de heer S. van ‘t H. (hierna te noemen: “cliënt”) voor het onrechtmatig ontruimen van diens huurwoning en het zonder zijn toestemming verwijderen en vernietigen van zijn persoonlijke goederen uit zijn huurwoning. In eerste aanleg had de Rechtbank te Rotterdam nog geoordeeld dat onvoldoende was komen vast te staan dat Stichting Havensteder opdracht had gegeven tot de litigieuze ontruiming. In hoger beroep heeft mr. Ümit Arslan van ons kantoor ten overstaan van het Gerechtshof te Den Haag met succes bepleit dat Stichting Havensteder alsnog verantwoordelijk en aansprakelijk is voor de onrechtmatige ontruiming.

Na een lange afwezigheid wenste cliënt terug te keren naar zijn eigen huurwoning. Eenmaal daar aangekomen kwam hij tot de schokkende ontdekking dat zijn sleutel de voordeur van zijn woning niet meer opende. Vervolgens herkende hij een deel van zijn persoonlijke goederen in een afvalcontainer voor zijn woning. Van zijn overige persoonlijke goederen ontbrak echter ieder spoor. Navraag leverde op dat de woningcorporatie zonder hiervoor een ontruimingsvonnis te hebben, tot het ontruimen van de woning en het vernietigen van zijn persoonlijke goederen was overgegaan. De schade van cliënt liep hierdoor in de duizenden euro’s. Wat hem echter vooral dwars zat, was het feit dat hij van het kastje naar de muur werd gestuurd om te ontdekken waarom de woningcorporatie tot deze actie was overgegaan. Uiteindelijk heeft hij een advocaat in de arm moeten nemen om zijn recht te halen. Na in eerste aanleg in het ongelijk gesteld te zijn door de Rechtbank te Rotterdam, geeft het Gerechtshof te Den Haag hem in hoger beroep wel gelijk.

Volgens het Gerechtshof staat vast dat de woning is ontruimd zonder dat hieraan een ontruimingsvonnis ten grondslag lag. Tussen partijen was namelijk niet in geschil dat daarmee sprake was van een ontruiming zonder titel en dat de ontruiming derhalve onrechtmatig was. Het was weliswaar aan onze cliënt, gelet op de betwisting van Havensteder dat de opdracht tot ontruiming en vernietiging van de inde woning aanwezige goederen door haar is gegeven, om te stellen en te bewijzen dat Havensteder dat wel heeft gedaan. Naar het oordeel van het Gerechtshof heeft cliënt echter afdoende onderbouwd dat Havensteder de opdracht tot ontruiming en vernietiging heeft gegeven.

Havensteder heeft in hoger beroep nog aangevoerd dat nergens uit zou blijken dat de spullen van cliënt vernietigd zijn en dat de goederen zelfs mogelijk zouden zijn opgeslagen. Het Gerechtshof verwerpt echter dit verweer. Het Gerechtshof volgt de lezing van cliënt en overweegt dat vaststaat dat de goederen uit de woning zijn gehaald. Nu op geen enkele wijze is gebleken dat de goederen naar de opslag zijn gebracht, ligt het voor de hand dat er goederen van cliënt zijn vernietigd en dat onze cliënt daarmee schade heeft geleden.

De conclusie van het Gerechtshof is derhalve dat Havensteder onrechtmatig heeft gehandeld jegens onze cliënt en dat zij uit dien hoofde gehouden is de door onze cliënt geleden en te lijden schade aan hem te vergoeden.

Met dit arrest van het Gerechtshof is een jarenlange juridische strijd tussen onze cliënt en Havensteder tot een eind gekomen. Wij bedanken onze cliënt voor het door hem in Arslan & Ersoy gestelde vertrouwen en wij zijn verheugd dat het recht, ook al was hiervoor een hoger beroep nodig, uiteindelijk heeft gezegevierd. Indien u te maken heeft met een soortgelijk geschil met uw verhuurder, dan kunt u te allen tijde telefonisch dan wel per e-mail contact opnemen met een van onze kantoren voor een vrijblijvend intakegesprek met een van onze deskundige advocaten.

 

 

 

27 augustus 2017|

Verzekeringsfraude? Ik dacht het niet!

Stelt u zich voor dat u op een vroege zaterdagochtend door uw buurman wordt gebeld met de mededeling dat er is ingebroken in uw auto en dat u zich in alle haast en nog in uw pyjama’s begeeft naar de parkeergarage, alwaar u uw auto zowel van binnen als van buiten gesloopt aantreft. Uw navigatiesysteem, aircobedieningspaneel en alle overige dure snufjes uit uw auto zijn volledig gedemonteerd en ontvreemd. U belt gelijk met de politie en doet netjes uw aangifte.

Vervolgens bericht u uw verzekeraar hierover en maakt u melding van de schade. Als donderslag bij heldere hemel bericht uw verzekeraar u echter na enkele weken dat onderzoek heeft uitgewezen dat u gefraudeerd heeft en dat u de verzekeraar opzettelijk op het verkeerde been heeft willen zitten teneinde eerdere schade te claimen. U wordt opgenomen in het Extern Verwijzingsregister en alle bijbehorende incidentenregisters, uw schade van circa EUR 5.000,00 wordt niet uitgekeerd en u kunt zich bij geen enkele verzekeraar meer verzekeren tegen gangbare tarieven.

Wat doet u dan? Gaat u bij de pakken neerzitten of schakelt u een advocaat in? Gelukkig koos onze cliënte voor het laatste en heeft zij haar zaak toevertrouwd aan Arslan & Ersoy Advocaten. Lees via de volgende link de uitspraak voor het antwoord op de vraag hoe de gang naar de rechter uitpakte in dit geval.

KG Uitspraak 06.04.2017 Rechtbank Zutphen

Wordt u ook ten onrechte uitgemaakt voor fraudeur door uw verzekeraar of bank? Schroomt u dan niet om contact op te nemen met mr. Ümit Arslan, advocaat en specialist in verzekeringsfraudezaken. U kunt gedurende werkdagen bellen voor het maken van een vrijblijvende afspraak (070 711 33 30) bij ons op kantoor in Den Haag. Mailt u eerst liever (info@arslanersoy.nl) of wenst u via onderstaande contactformulier uw gegevens achter te laten, zodat wij contact met u opnemen? Dat kan uiteraard ook.

6 april 2017|