Den Haag +31 70 711 33 30  |  Amsterdam +31 20 717 31 10  |    Email

Verzekeraar wederom op vingers getikt door rechter voor onrechtmatige frauderegistratie van haar verzekerde

Als advocaten gespecialiseerd in (onder meer) verzekeringsfraudezaken worden wij de laatste jaren overspoeld met zaken afkomstig van verzekerden, die door hun verzekeraars als fraudeurs worden bestempeld. Alsof het niet uitkeren van de geclaimde schade en het direct beëindigen van de verzekeringsovereenkomst niet genoeg is, worden verzekerden extra benadeeld door het feit dat zij zonder pardon in diverse interne en externe frauderegisters worden opgenomen. Met name deze externe registratie kan heel zuur zijn voor verzekerden, omdat het gevolg hiervan meestal is dat verzekerden veelal voor de duur van 8 jaar in het zogeheten Extern Verwijzingsregister (EVR) worden opgenomen. Deze registratie heeft zeer vérstrekkende gevolgen voor de betrokkenen, omdat zij na deze registratie bij wijze van spreken ‘vogelvrij’ worden verklaard voor alle overige verzekeraars in Nederland. Bijna geen enkele verzekeraar is dan nog bereid om (vrijwillig) een verzekering aan de desbetreffende persoon aan te bieden.

Onlangs heeft de Voorzieningenrechter van de Rechtbank te Amsterdam, voormalig raadsheer in de Hoge Raad en hoogleraar privaatrecht bij de Vrije Universiteit te Amsterdam – de heer mr. F.B. Bakels –  in een kort geding dat mr. Ümit Arslan voor een cliënt van ons kantoor aanhangig maakte, korte metten gemaakt met de registratie van de persoonsgegevens van onze cliënt door Delta Lloyd (tegenwoordig Nationale Nederlanden) in het frauderegister. De geanonimiseerde uitspraak hiervan wordt als bijlage bij dit nieuwsbericht gepubliceerd: –> Vonnis KG 06.07.2018 geanonimiseerd

In deze zaak ging het om een verzekerde die schade claimde van zijn verzekeraar op grond van zijn autoverzekering. Zijn auto was in geparkeerde toestand (al dan niet door vandalisme) in de brand gevlogen. Voor deze schade was cliënt verzekerd, waardoor hij zijn schadeclaim ook spoedig indiende bij de verzekeraar. De verzekeraar achtte het nodig om nader onderzoek in te stellen door diverse onderzoeksbureaus in te schakelen. Hierbij viel het de verzekeraar op dat cliënt een in haar ogen exorbitant hoge factuur overlegde voor het chiptunen (het verbeteren van de prestaties) van de motor van de auto. Nader onderzoek leverde in de optiek van de verzekeraar op dat onze cliënt niet had aangetoond dat chiptuning daadwerkelijk had plaatsgevonden, waarbij het ook nog eens opmerkelijk was dat de hiervoor betaalde prijs niet marktconform was. Hoewel cliënt volledig meewerkte aan de onderzoeken van de verzekeraar en de vragen naar eer en geweten beantwoordde, slaagde hij er maar niet in om de verzekeraar te overtuigen van het feit dat hij niet heeft gefraudeerd en de desbetreffende garage opdracht had gegeven voor een performance upgrade van de auto (waarvan chiptuning deel uitmaakte). Reden waarom cliënt uiteindelijk Arslan & Ersoy Advocaten inschakelde om in de eerste plaats van deze onrechtmatige registratie als fraudeur af te komen. Het resultaat hiervan mag er zijn, want de voorzieningenrechter is volledig meegegaan in het pleidooi dat mr. Ümit Arslan van ons kantoor hield ten overstaan van de rechtbank. De externe registratie is ongedaan gemaakt en nu ligt de weg open voor onze cliënt om alsnog aanspraak te maken op de schadeclaim als gevolg van het uitbranden van zijn auto, welke schadeclaim aanvankelijk was afgewezen door de verzekeraar.

Wij delen met enige regelmaat rechterlijke uitspraken in dit soort verzekeringsfraudezaken op onze website om verzekerden op de hoogte te brengen van het feit dat zij niet ontmoedigd hoeven te raken als zij van hun verzekeraar het bericht ontvangen dat zij in diverse frauderegisters zijn opgenomen als gevolg van geconstateerde ‘onregelmatigheden’ in de schadeclaim. Veelal komen verzekeraars met imponerende onderzoeksresultaten van toonaangevende onderzoeksbureaus op de proppen. De inhoud van deze rapporten bevat doorgaans veel technische informatie, waarvan de inhoud niet direct door een leek kan worden begrepen, laat staan dat deze door de leek ontkracht kan worden. Verzekeraars vergeten hierbij echter vaak dat ook rechters veelal leken zijn en dat zij met dit soort rapporten ook rechters ervan moeten overtuigen dat in voorkomende gevallen is gefraudeerd door verzekerden. De conclusie die verzekeraars aan deze onderzoeksresultaten verbinden is bovendien niet altijd waterdicht en ondubbelzinnig. Deze zaak is daar een treffend voorbeeld gebleken, nu de onderzoekers slechts constateerden dat de motor van de auto ten tijde van de brand geen tekenen vertoonde van de aanwezigheid van een chiptuning. Of er éérder chiptuning had plaatsgevonden kon niet worden vastgesteld, aldus de onderzoeker. Hieruit kan niet de ondubbelzinnige conclusie worden getrokken dat de verzekerde in kwestie zich schuldig had gemaakt aan opzettelijke misleiding van de verzekeraar, aldus mr. Ümit Arslan. Een constatering die is gedeeld door een zwaargewicht in het civiele recht, hoogleraar privaatrecht en oud-raadsheer in de Hoge Raad – mr. F.B. Bakels – als voorzieningenrechter van de Rechtbank te Amsterdam.

Bent u ook ten onrechte opgenomen in diverse frauderegisters door uw verzekeraar en wordt u maar niet serieus genomen door uw verzekeraar? Dan is het tijd om hét advocatenkantoor in te schakelen dat gespecialiseerd is in verzekeringsrecht en verzekeringsfraudezaken. Wist u bijvoorbeeld ook dat Arslan & Ersoy Advocaten bewust ervoor kiest om uitsluitend verzekerden bij te staan in verzekeringsfraudezaken? Dit biedt ons de mogelijkheid om onbevangen en onafhankelijk op te treden tegen (grote) verzekeraars in verzekeringsfraudezaken. Indien u te maken heeft met dezelfde problematiek, dan kunt u telefonisch (070 711 33 30) of via e-mail (info@arslanersoy.nl) contact opnemen met ons kantoor voor het maken van een afspraak voor een intakegesprek. Last but not least: het intakegesprek is voor een ieder die ons raadpleegt gratis. Aantrekkelijker hadden wij het voor u niet kunnen maken!

 

 

7 juli 2018|

Woningcorporatie is schadeplichtig jegens huurder wegens onrechtmatig ontruimen van huurwoning

Stichting Havensteder is bij arrest van 1 augustus 2017 door het Gerechtshof te Den Haag veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan de heer S. van ’t H. (hierna te noemen: “cliënt”) voor het onrechtmatig ontruimen van diens huurwoning en het zonder zijn toestemming verwijderen en vernietigen van zijn persoonlijke goederen uit zijn huurwoning. In eerste aanleg had de Rechtbank te Rotterdam nog geoordeeld dat onvoldoende was komen vast te staan dat Stichting Havensteder opdracht had gegeven tot de litigieuze ontruiming. In hoger beroep heeft mr. Ümit Arslan van ons kantoor ten overstaan van het Gerechtshof te Den Haag met succes bepleit dat Stichting Havensteder alsnog verantwoordelijk en aansprakelijk is voor de onrechtmatige ontruiming.

Na een lange afwezigheid wenste cliënt terug te keren naar zijn eigen huurwoning. Eenmaal daar aangekomen kwam hij tot de schokkende ontdekking dat zijn sleutel de voordeur van zijn woning niet meer opende. Vervolgens herkende hij een deel van zijn persoonlijke goederen in een afvalcontainer voor zijn woning. Van zijn overige persoonlijke goederen ontbrak echter ieder spoor. Navraag leverde op dat de woningcorporatie zonder hiervoor een ontruimingsvonnis te hebben, tot het ontruimen van de woning en het vernietigen van zijn persoonlijke goederen was overgegaan. De schade van cliënt liep hierdoor in de duizenden euro’s. Wat hem echter vooral dwars zat, was het feit dat hij van het kastje naar de muur werd gestuurd om te ontdekken waarom de woningcorporatie tot deze actie was overgegaan. Uiteindelijk heeft hij een advocaat in de arm moeten nemen om zijn recht te halen. Na in eerste aanleg in het ongelijk gesteld te zijn door de Rechtbank te Rotterdam, geeft het Gerechtshof te Den Haag hem in hoger beroep wel gelijk.

Volgens het Gerechtshof staat vast dat de woning is ontruimd zonder dat hieraan een ontruimingsvonnis ten grondslag lag. Tussen partijen was namelijk niet in geschil dat daarmee sprake was van een ontruiming zonder titel en dat de ontruiming derhalve onrechtmatig was. Het was weliswaar aan onze cliënt, gelet op de betwisting van Havensteder dat de opdracht tot ontruiming en vernietiging van de inde woning aanwezige goederen door haar is gegeven, om te stellen en te bewijzen dat Havensteder dat wel heeft gedaan. Naar het oordeel van het Gerechtshof heeft cliënt echter afdoende onderbouwd dat Havensteder de opdracht tot ontruiming en vernietiging heeft gegeven.

Havensteder heeft in hoger beroep nog aangevoerd dat nergens uit zou blijken dat de spullen van cliënt vernietigd zijn en dat de goederen zelfs mogelijk zouden zijn opgeslagen. Het Gerechtshof verwerpt echter dit verweer. Het Gerechtshof volgt de lezing van cliënt en overweegt dat vaststaat dat de goederen uit de woning zijn gehaald. Nu op geen enkele wijze is gebleken dat de goederen naar de opslag zijn gebracht, ligt het voor de hand dat er goederen van cliënt zijn vernietigd en dat onze cliënt daarmee schade heeft geleden.

De conclusie van het Gerechtshof is derhalve dat Havensteder onrechtmatig heeft gehandeld jegens onze cliënt en dat zij uit dien hoofde gehouden is de door onze cliënt geleden en te lijden schade aan hem te vergoeden.

Met dit arrest van het Gerechtshof is een jarenlange juridische strijd tussen onze cliënt en Havensteder tot een eind gekomen. Wij bedanken onze cliënt voor het door hem in Arslan & Ersoy gestelde vertrouwen en wij zijn verheugd dat het recht, ook al was hiervoor een hoger beroep nodig, uiteindelijk heeft gezegevierd. Indien u te maken heeft met een soortgelijk geschil met uw verhuurder, dan kunt u te allen tijde telefonisch dan wel per e-mail contact opnemen met een van onze kantoren voor een vrijblijvend intakegesprek met een van onze deskundige advocaten.

 

 

 

27 augustus 2017|

Facebook moet van rechter IP-adres van stalker verstrekken aan benadeelde

Een cliënt van ons werd sinds jaar en dag herhaaldelijk lastiggevallen op Facebook door iemand die zijn identiteit geheim hield. Hoewel onze cliënt een vermoeden had wie het was, kon hij de betrokkenheid van de desbetreffende persoon niet aantonen. Toen de beledigende en onrechtmatige posts over zijn persoon ondraaglijk werden voor hem, benaderde cliënt ons kantoor met het verzoek om hem rechtsbijstand te verlenen.

Al gauw sommeerde mr. Yusuf Ersoy Facebook om het IP-adres gekoppeld aan de registraties op het Facebook-account te verstrekken, zodat de door onze cliënt geleden schade verhaald kon worden op de beheerder van het Facebookprofiel en herhaling van deze onrechtmatige gedraging(en) voorkomen kon worden. Helaas weigerde Facebook hieraan mee te werken, waardoor het entameren van een kort geding onvermijdelijk werd voor ons.

Gelukkig overwoog de Voorzieningenrechter van de Rechtbank te Haarlem in zijn vonnis d.d. 25 augustus 2016 dat onze cliënt een reëel belang heeft bij het verkrijgen van de door hem genoemde gegevens. Onze cliënt heeft immers zonder over deze gegevens te beschikken geen mogelijkheid om de verantwoordelijke persoon te dwingen te stoppen met zijn acties jegens hem en hem aan te spreken tot vergoeding van de schade die hij stelt te hebben geleden.

De Voorzieningenrechter stelt voorop dat Facebook conform de geldende wetgeving de bevoegdheid heeft om persoonsgegevens van de desbetreffende beheerder van het Facebookprofiel te verstrekken indien dit noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de benadeelde, tenzij het belang van de beheerder en in het bijzonder diens recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer prevaleert. In dat kader moeten dus de belangen van de benadeelde en de beheerder van het Facebookprofiel tegen elkaar worden afgewogen.

In het onderhavige geval valt deze belangenafweging in het voordeel van onze cliënt uit, aldus de Voorzieningenrechter. Onze cliënt heeft immers een zwaarwegend belang om gevrijwaard te blijven van anoniem geuite onterechte beschuldigingen en beledigingen aan zowel zijn adres als dat van vrienden en kennissen en het zonder zijn toestemming openbaar maken van persoonlijke gegevens en foto’s op een Facebookprofiel met zijn naam. Het belang van Facebook en de beheerder bij het niet-verstrekken van gegevens in verband met het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer dient in dit geval het onderspit te delven, aldus de Voorzieningenrechter.

Kortom: Facebook is veroordeeld om onder meer het IP-adres dat is gebruikt bij de registratie en de contactinformatie verstrekt bij de registratie van het Facebookprofiel te verstrekken aan onze cliënt.  Hiermee komt de identiteit van degene die onrechtmatig heeft gehandeld jegens onze cliënt een stuk dichterbij, waardoor rechtsmaatregelen genomen kunnen worden tegen hem.

De volledige uitspraak kunt u raadplegen via onderstaande link:

Vonnis Rechtbank Noord-Holland 25.08.2016

1 september 2016|