Door met zijn besluitvorming te verhinderen dat de uit diverse landen uit het Midden-Oosten uitgenodigde gastsprekers kunnen spreken en worden toegelaten tot de Islamitische Conferentie, die werd georganiseerd door de Stichting Waqf, heeft de toenmalige burgemeester van Eindhoven op ontoelaatbare wijze inbreuk gemaakt op het recht op vergadering en betoging, zoals verankerd in artikel 9 van de Grondwet. De sprekers waren uitgenodigd voor een islamitische conferentie maar hun komst werd door de burgemeester verboden omdat de gastsprekers zich negatief hadden uitgelaten over Joden, homo’s, ongelovigen en vrouwenrechten. Ook zouden zij de gewelddadige jihad hebben verheerlijkt.

De rechtbank voegt hieraan toe dat de burgemeester hierbij ten onrechte preventief heeft opgetreden. De wetgever heeft namelijk uitdrukkelijk afgezien van het creëren van een bevoegdheid tot preventief optreden ten aanzien van openbare manifestaties (zoals de Islamitische Conferentie) op andere dan openbare plaatsen (zoals de moskee). Behoudens noodsituaties, kan er slechts repressief worden opgetreden. Dit bepaalde de Rechtbank Oost-Brabant in haar uitspraak van 30 januari 2017 naar aanleiding van het beroep dat mr. Umit Arslan met succes instelde namens de Stichting Waqf tegen de beslissing van de burgemeester.

Hoewel deze uitspraak nog niet onherroepelijk is geworden, nu de burgemeester hiertegen nog in hoger beroep kan gaan bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, heeft deze uitspraak in zekere zin een precedentwerking voor vergelijkbare zaken. ‘Het recht tot vergadering en betoging is een grondrecht dat door de burgemeester eerbiedigd moet worden en kan niet ter zijde geschoven worden door het opleggen van een groepsverbod op grond van de Gemeentewet’, aldus mr. Umit Arslan. ‘Wat dat betreft is het één van de meest principiële zaken die ik heb gewonnen in mijn carrière als advocaat.’ voegt hij eraan toe.

Via de onderstaande link kunt u de volledige uitspraak raadplegen:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2017:415