Den Haag +31 70 711 33 30  |  Amsterdam +31 20 717 31 10  |    Email

About Umit Arslan

This author has not yet filled in any details.
So far Umit Arslan has created 10 blog entries.

Verzekeraar wederom op vingers getikt door rechter voor onrechtmatige frauderegistratie van haar verzekerde

Als advocaten gespecialiseerd in (onder meer) verzekeringsfraudezaken worden wij de laatste jaren overspoeld met zaken afkomstig van verzekerden, die door hun verzekeraars als fraudeurs worden bestempeld. Alsof het niet uitkeren van de geclaimde schade en het direct beëindigen van de verzekeringsovereenkomst niet genoeg is, worden verzekerden extra benadeeld door het feit dat zij zonder pardon in diverse interne en externe frauderegisters worden opgenomen. Met name deze externe registratie kan heel zuur zijn voor verzekerden, omdat het gevolg hiervan meestal is dat verzekerden veelal voor de duur van 8 jaar in het zogeheten Extern Verwijzingsregister (EVR) worden opgenomen. Deze registratie heeft zeer vérstrekkende gevolgen voor de betrokkenen, omdat zij na deze registratie bij wijze van spreken ‘vogelvrij’ worden verklaard voor alle overige verzekeraars in Nederland. Bijna geen enkele verzekeraar is dan nog bereid om (vrijwillig) een verzekering aan de desbetreffende persoon aan te bieden.

Onlangs heeft de Voorzieningenrechter van de Rechtbank te Amsterdam, voormalig raadsheer in de Hoge Raad en hoogleraar privaatrecht bij de Vrije Universiteit te Amsterdam – de heer mr. F.B. Bakels –  in een kort geding dat mr. Ümit Arslan voor een cliënt van ons kantoor aanhangig maakte, korte metten gemaakt met de registratie van de persoonsgegevens van onze cliënt door Delta Lloyd (tegenwoordig Nationale Nederlanden) in het frauderegister. De geanonimiseerde uitspraak hiervan wordt als bijlage bij dit nieuwsbericht gepubliceerd: –> Vonnis KG 06.07.2018 geanonimiseerd

In deze zaak ging het om een verzekerde die schade claimde van zijn verzekeraar op grond van zijn autoverzekering. Zijn auto was in geparkeerde toestand (al dan niet door vandalisme) in de brand gevlogen. Voor deze schade was cliënt verzekerd, waardoor hij zijn schadeclaim ook spoedig indiende bij de verzekeraar. De verzekeraar achtte het nodig om nader onderzoek in te stellen door diverse onderzoeksbureaus in te schakelen. Hierbij viel het de verzekeraar op dat cliënt een in haar ogen exorbitant hoge factuur overlegde voor het chiptunen (het verbeteren van de prestaties) van de motor van de auto. Nader onderzoek leverde in de optiek van de verzekeraar op dat onze cliënt niet had aangetoond dat chiptuning daadwerkelijk had plaatsgevonden, waarbij het ook nog eens opmerkelijk was dat de hiervoor betaalde prijs niet marktconform was. Hoewel cliënt volledig meewerkte aan de onderzoeken van de verzekeraar en de vragen naar eer en geweten beantwoordde, slaagde hij er maar niet in om de verzekeraar te overtuigen van het feit dat hij niet heeft gefraudeerd en de desbetreffende garage opdracht had gegeven voor een performance upgrade van de auto (waarvan chiptuning deel uitmaakte). Reden waarom cliënt uiteindelijk Arslan & Ersoy Advocaten inschakelde om in de eerste plaats van deze onrechtmatige registratie als fraudeur af te komen. Het resultaat hiervan mag er zijn, want de voorzieningenrechter is volledig meegegaan in het pleidooi dat mr. Ümit Arslan van ons kantoor hield ten overstaan van de rechtbank. De externe registratie is ongedaan gemaakt en nu ligt de weg open voor onze cliënt om alsnog aanspraak te maken op de schadeclaim als gevolg van het uitbranden van zijn auto, welke schadeclaim aanvankelijk was afgewezen door de verzekeraar.

Wij delen met enige regelmaat rechterlijke uitspraken in dit soort verzekeringsfraudezaken op onze website om verzekerden op de hoogte te brengen van het feit dat zij niet ontmoedigd hoeven te raken als zij van hun verzekeraar het bericht ontvangen dat zij in diverse frauderegisters zijn opgenomen als gevolg van geconstateerde ‘onregelmatigheden’ in de schadeclaim. Veelal komen verzekeraars met imponerende onderzoeksresultaten van toonaangevende onderzoeksbureaus op de proppen. De inhoud van deze rapporten bevat doorgaans veel technische informatie, waarvan de inhoud niet direct door een leek kan worden begrepen, laat staan dat deze door de leek ontkracht kan worden. Verzekeraars vergeten hierbij echter vaak dat ook rechters veelal leken zijn en dat zij met dit soort rapporten ook rechters ervan moeten overtuigen dat in voorkomende gevallen is gefraudeerd door verzekerden. De conclusie die verzekeraars aan deze onderzoeksresultaten verbinden is bovendien niet altijd waterdicht en ondubbelzinnig. Deze zaak is daar een treffend voorbeeld gebleken, nu de onderzoekers slechts constateerden dat de motor van de auto ten tijde van de brand geen tekenen vertoonde van de aanwezigheid van een chiptuning. Of er éérder chiptuning had plaatsgevonden kon niet worden vastgesteld, aldus de onderzoeker. Hieruit kan niet de ondubbelzinnige conclusie worden getrokken dat de verzekerde in kwestie zich schuldig had gemaakt aan opzettelijke misleiding van de verzekeraar, aldus mr. Ümit Arslan. Een constatering die is gedeeld door een zwaargewicht in het civiele recht, hoogleraar privaatrecht en oud-raadsheer in de Hoge Raad – mr. F.B. Bakels – als voorzieningenrechter van de Rechtbank te Amsterdam.

Bent u ook ten onrechte opgenomen in diverse frauderegisters door uw verzekeraar en wordt u maar niet serieus genomen door uw verzekeraar? Dan is het tijd om hét advocatenkantoor in te schakelen dat gespecialiseerd is in verzekeringsrecht en verzekeringsfraudezaken. Wist u bijvoorbeeld ook dat Arslan & Ersoy Advocaten bewust ervoor kiest om uitsluitend verzekerden bij te staan in verzekeringsfraudezaken? Dit biedt ons de mogelijkheid om onbevangen en onafhankelijk op te treden tegen (grote) verzekeraars in verzekeringsfraudezaken. Indien u te maken heeft met dezelfde problematiek, dan kunt u telefonisch (070 711 33 30) of via e-mail (info@arslanersoy.nl) contact opnemen met ons kantoor voor het maken van een afspraak voor een intakegesprek. Last but not least: het intakegesprek is voor een ieder die ons raadpleegt gratis. Aantrekkelijker hadden wij het voor u niet kunnen maken!

 

 

7 juli 2018|

Rechter tikt verzekeraar op vingers wegens te voorbarige EVR-registratie

 

In een kort tijdsbestek van zes maanden stonden Arslan & Ersoy Advocaten en de advocaten van Achmea Schadeverzekeringen N.V. (hierna te noemen: “Achmea”) op 9 oktober 2017 voor een tweede maal tegenover elkaar bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank te Zutphen in twee verschillende verzekeringsfraudezaken. In beide zaken ging het echter om inbraak in een auto, waarbij diverse onderdelen van de desbetreffende auto’s waren ontvreemd. In de eerste zaak, waarin de Voorzieningenrechter uitspraak deed op 6 april 2017 (zie link: KG-Uitspraak-06.04.2017-Rechtbank-Zutphen-1) oordeelde de Voorzieningenrechter reeds dat Achmea ten onrechte was overgegaan tot het registreren van de persoonsgegevens van onze cliënt in het Externe Verwijzingsregister (EVR). De Voorzieningenrechter benadrukte hierbij dat een frauderegistratie in het EVR grote gevolgen voor de geregistreerde kan hebben, waardoor deze registratie slechts mag plaatsvinden indien van opzettelijke benadeling van de verzekeraar sprake is, althans van een poging daartoe. Een vermoeden van fraude is daarbij niet voldoende. Ook in de tweede zaak oordeelde de Voorzieningenrechter niet anders en tikte zij Achmea op haar vingers.  

Achmea baseerde haar stellingen op het technisch onderzoek dat is uitgevoerd door Post-Crash Voertuig Diagnose. De gestelde fraude werd met name gelinkt aan het storingsregistratiesysteem van de auto en de daarbij naar voren gekomen elektronische onderbrekingsgegevens. De door Achmea ingeschakelde expert stelde dat het aircobedieningspaneel, het Audio/Comand display en bedieningsknoppen op drie verschillende momenten (kilometerstanden) voor het eerst als zijnde elektronisch onderbroken zijn waargenomen dan wel gedemonteerd zijn. Dit zou volgens de expert moeten betekenen dat de gestelde partiele diefstal niet aannemelijk was. Om haar standpunt kracht bij te zetten heeft Achmea ervoor gekozen om anders dan in de eerste zaak, ditmaal ook de onderzoeker zelf tijdens de zitting uitleg te laten geven over zijn constateringen. Evenals mr. Ümit Arslan, was de Voorzieningenrechter echter hiervan niet onder de indruk.

mr. Ümit Arslan pleitte namelijk met succes ten overstaan van de Voorzieningenrechter dat deze onderzoeksresultaten niet zonder meer betekenen dat er sprake is geweest van een opzettelijke misleiding van de verzekeraar.
De gestelde elektronische onderbrekingen betekenen immers niet zonder meer dat deze onderdelen van de auto ook daadwerkelijk zijn gedemonteerd. Een elektronische onderbreking kan meerdere oorzaken hebben, zoals bijvoorbeeld een storing in de zekering of bij een accustoring. Ten onrechte verbindt Achmea dan ook de conclusie aan de elektronische onderbrekingen dat de onderdelen van de auto op diverse momenten zijn gedemonteerd.

De Voorzieningenrechter onderschrijft deze lezing en overweegt dat het onderzoek en de uitkomsten hiervan in hoge mate worden opgehangen aan uit het storingsregistratiesysteem van de auto afgeleide onderbrekingsgegevens. Dat staat — uit de aard der zaak — in ver verwijderd verband met de aan onze cliënt verweten opzettelijke misleiding en laat aanzienlijke ruimte voor interpretatie, aldus de Voorzieningenrechter. De Voorzieningenrechter sluit af met de overweging dat hieraan niet af doet de verklaring van de onderzoeker dat de storingen zoals beschreven in de rapportage alleen te plaatsen zijn bij de (fysieke) elektronische onderbreking van de betreffende onderdelen, aangezien onze cliënt dit heeft betwist en thans niet zonder meer valt uit te sluiten dat dergelijke storingen ook kunnen ontstaan door een andere oorzaak dan demontage van de onderdelen.

Het logische gevolg van het vorenstaande is dat Achmea door de Voorzieningenrechter is veroordeeld om de EVR-registratie binnen drie dagen na betekening van het vonnis aantoonbaar en onvoorwaardelijk ongedaan te maken. De volledige uitspraak kan via de onderstaande link gelezen worden:

KG Uitspraak 23.10.2017 Rechtbank Zutphen

Wordt u ook ten onrechte uitgemaakt voor fraudeur door uw verzekeraar of bank? Schroomt u dan niet om contact op te nemen met mr. Ümit Arslan, advocaat en specialist in verzekeringsfraudezaken bij Arslan & Ersoy Advocaten. U kunt gedurende werkdagen bellen voor het maken van een vrijblijvende afspraak (070 711 33 30) bij ons op kantoor in Den Haag. Mailt u eerst liever? Dat kan uiteraard ook, ons e-mailadres is info@arslanersoy.nl 

24 oktober 2017|

Heeft u al een virtuele tour gemaakt door ons kantoor?

Arslan Ersoy lawfirm

Als kantoor vinden wij het belangrijk om up to date te blijven met de technologische ontwikkelingen. Onlangs hebben wij panorama foto’s laten maken van het interieur van ons kantoor, welke foto’s wij hebben laten verwerken tot een streetview virtuele tour. “Google Business View” is een combinatie van 360 graden foto’s én professionele 2D foto’s, verwerkt tot een interactieve bedrijfspresentatie. Hierdoor krijgen cliënten de ervaring alsof zij echt in ons kantoor rondlopen. Zo komt ons kantoor online tot leven en kunt u interactief de sfeer van ons kantoor proeven! Wilt u een kijkje nemen? Dat kan via onderstaande link:

https://goo.gl/maps/zWm9qhZe2yn

Bent u door deze virtuele tour getriggerd om ons kantoor ook persoonlijk te bezoeken of vindt u de virtuele tour maar niks en wilt u toch lekker ouderwets ons kantoor persoonlijk bezoeken? Uiteraard blijft dit ook mogelijk voor u. Ons kantoor in Den Haag is gevestigd aan het Buitenom 237 (schuin tegenover het HMC Westeinde Ziekenhuis en op de hoek van de Prinsegracht). Ons kantoor in Amsterdam is gevestigd aan de Meer en Vaart 160 (Nieuw-West).

P.S. Wilt u met uw smartphone de virtuele tour doen? Dan adviseren wij u om gratis de google maps app te downloaden. 

12 oktober 2017|

Woningcorporatie is schadeplichtig jegens huurder wegens onrechtmatig ontruimen van huurwoning

Stichting Havensteder is bij arrest van 1 augustus 2017 door het Gerechtshof te Den Haag veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan de heer S. van ’t H. (hierna te noemen: “cliënt”) voor het onrechtmatig ontruimen van diens huurwoning en het zonder zijn toestemming verwijderen en vernietigen van zijn persoonlijke goederen uit zijn huurwoning. In eerste aanleg had de Rechtbank te Rotterdam nog geoordeeld dat onvoldoende was komen vast te staan dat Stichting Havensteder opdracht had gegeven tot de litigieuze ontruiming. In hoger beroep heeft mr. Ümit Arslan van ons kantoor ten overstaan van het Gerechtshof te Den Haag met succes bepleit dat Stichting Havensteder alsnog verantwoordelijk en aansprakelijk is voor de onrechtmatige ontruiming.

Na een lange afwezigheid wenste cliënt terug te keren naar zijn eigen huurwoning. Eenmaal daar aangekomen kwam hij tot de schokkende ontdekking dat zijn sleutel de voordeur van zijn woning niet meer opende. Vervolgens herkende hij een deel van zijn persoonlijke goederen in een afvalcontainer voor zijn woning. Van zijn overige persoonlijke goederen ontbrak echter ieder spoor. Navraag leverde op dat de woningcorporatie zonder hiervoor een ontruimingsvonnis te hebben, tot het ontruimen van de woning en het vernietigen van zijn persoonlijke goederen was overgegaan. De schade van cliënt liep hierdoor in de duizenden euro’s. Wat hem echter vooral dwars zat, was het feit dat hij van het kastje naar de muur werd gestuurd om te ontdekken waarom de woningcorporatie tot deze actie was overgegaan. Uiteindelijk heeft hij een advocaat in de arm moeten nemen om zijn recht te halen. Na in eerste aanleg in het ongelijk gesteld te zijn door de Rechtbank te Rotterdam, geeft het Gerechtshof te Den Haag hem in hoger beroep wel gelijk.

Volgens het Gerechtshof staat vast dat de woning is ontruimd zonder dat hieraan een ontruimingsvonnis ten grondslag lag. Tussen partijen was namelijk niet in geschil dat daarmee sprake was van een ontruiming zonder titel en dat de ontruiming derhalve onrechtmatig was. Het was weliswaar aan onze cliënt, gelet op de betwisting van Havensteder dat de opdracht tot ontruiming en vernietiging van de inde woning aanwezige goederen door haar is gegeven, om te stellen en te bewijzen dat Havensteder dat wel heeft gedaan. Naar het oordeel van het Gerechtshof heeft cliënt echter afdoende onderbouwd dat Havensteder de opdracht tot ontruiming en vernietiging heeft gegeven.

Havensteder heeft in hoger beroep nog aangevoerd dat nergens uit zou blijken dat de spullen van cliënt vernietigd zijn en dat de goederen zelfs mogelijk zouden zijn opgeslagen. Het Gerechtshof verwerpt echter dit verweer. Het Gerechtshof volgt de lezing van cliënt en overweegt dat vaststaat dat de goederen uit de woning zijn gehaald. Nu op geen enkele wijze is gebleken dat de goederen naar de opslag zijn gebracht, ligt het voor de hand dat er goederen van cliënt zijn vernietigd en dat onze cliënt daarmee schade heeft geleden.

De conclusie van het Gerechtshof is derhalve dat Havensteder onrechtmatig heeft gehandeld jegens onze cliënt en dat zij uit dien hoofde gehouden is de door onze cliënt geleden en te lijden schade aan hem te vergoeden.

Met dit arrest van het Gerechtshof is een jarenlange juridische strijd tussen onze cliënt en Havensteder tot een eind gekomen. Wij bedanken onze cliënt voor het door hem in Arslan & Ersoy gestelde vertrouwen en wij zijn verheugd dat het recht, ook al was hiervoor een hoger beroep nodig, uiteindelijk heeft gezegevierd. Indien u te maken heeft met een soortgelijk geschil met uw verhuurder, dan kunt u te allen tijde telefonisch dan wel per e-mail contact opnemen met een van onze kantoren voor een vrijblijvend intakegesprek met een van onze deskundige advocaten.

 

 

 

27 augustus 2017|

Verzekeringsfraude? Ik dacht het niet!

Stelt u zich voor dat u op een vroege zaterdagochtend door uw buurman wordt gebeld met de mededeling dat er is ingebroken in uw auto en dat u zich in alle haast en nog in uw pyjama’s begeeft naar de parkeergarage, alwaar u uw auto zowel van binnen als van buiten gesloopt aantreft. Uw navigatiesysteem, aircobedieningspaneel en alle overige dure snufjes uit uw auto zijn volledig gedemonteerd en ontvreemd. U belt gelijk met de politie en doet netjes uw aangifte.

Vervolgens bericht u uw verzekeraar hierover en maakt u melding van de schade. Als donderslag bij heldere hemel bericht uw verzekeraar u echter na enkele weken dat onderzoek heeft uitgewezen dat u gefraudeerd heeft en dat u de verzekeraar opzettelijk op het verkeerde been heeft willen zitten teneinde eerdere schade te claimen. U wordt opgenomen in het Extern Verwijzingsregister en alle bijbehorende incidentenregisters, uw schade van circa EUR 5.000,00 wordt niet uitgekeerd en u kunt zich bij geen enkele verzekeraar meer verzekeren tegen gangbare tarieven.

Wat doet u dan? Gaat u bij de pakken neerzitten of schakelt u een advocaat in? Gelukkig koos onze cliënte voor het laatste en heeft zij haar zaak toevertrouwd aan Arslan & Ersoy Advocaten. Lees via de volgende link de uitspraak voor het antwoord op de vraag hoe de gang naar de rechter uitpakte in dit geval.

KG Uitspraak 06.04.2017 Rechtbank Zutphen

Wordt u ook ten onrechte uitgemaakt voor fraudeur door uw verzekeraar of bank? Schroomt u dan niet om contact op te nemen met mr. Ümit Arslan, advocaat en specialist in verzekeringsfraudezaken. U kunt gedurende werkdagen bellen voor het maken van een vrijblijvende afspraak (070 711 33 30) bij ons op kantoor in Den Haag. Mailt u eerst liever (info@arslanersoy.nl) of wenst u via onderstaande contactformulier uw gegevens achter te laten, zodat wij contact met u opnemen? Dat kan uiteraard ook.

6 april 2017|

Gemeente Eindhoven heeft bijeenkomst ‘haatimams’ onterecht verboden!

Door met zijn besluitvorming te verhinderen dat de uit diverse landen uit het Midden-Oosten uitgenodigde gastsprekers kunnen spreken en worden toegelaten tot de Islamitische Conferentie, die werd georganiseerd door de Stichting Waqf, heeft de toenmalige burgemeester van Eindhoven op ontoelaatbare wijze inbreuk gemaakt op het recht op vergadering en betoging, zoals verankerd in artikel 9 van de Grondwet. De sprekers waren uitgenodigd voor een islamitische conferentie maar hun komst werd door de burgemeester verboden omdat de gastsprekers zich negatief hadden uitgelaten over Joden, homo’s, ongelovigen en vrouwenrechten. Ook zouden zij de gewelddadige jihad hebben verheerlijkt.

De rechtbank voegt hieraan toe dat de burgemeester hierbij ten onrechte preventief heeft opgetreden. De wetgever heeft namelijk uitdrukkelijk afgezien van het creëren van een bevoegdheid tot preventief optreden ten aanzien van openbare manifestaties (zoals de Islamitische Conferentie) op andere dan openbare plaatsen (zoals de moskee). Behoudens noodsituaties, kan er slechts repressief worden opgetreden. Dit bepaalde de Rechtbank Oost-Brabant in haar uitspraak van 30 januari 2017 naar aanleiding van het beroep dat mr. Umit Arslan met succes instelde namens de Stichting Waqf tegen de beslissing van de burgemeester.

Hoewel deze uitspraak nog niet onherroepelijk is geworden, nu de burgemeester hiertegen nog in hoger beroep kan gaan bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, heeft deze uitspraak in zekere zin een precedentwerking voor vergelijkbare zaken. ‘Het recht tot vergadering en betoging is een grondrecht dat door de burgemeester eerbiedigd moet worden en kan niet ter zijde geschoven worden door het opleggen van een groepsverbod op grond van de Gemeentewet’, aldus mr. Umit Arslan. ‘Wat dat betreft is het één van de meest principiële zaken die ik heb gewonnen in mijn carrière als advocaat.’ voegt hij eraan toe.

Via de onderstaande link kunt u de volledige uitspraak raadplegen:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2017:415

 

 

 

 

 

 

 

 

30 januari 2017|

‘Harde’ bewijsregel voor de werkgever bij ontbinding door disfunctioneren

De kantonrechter in Alkmaar heeft recentelijk een interessante uitspraak gedaan over de toepassing van het bewijsrecht in geschillen onder de huidige Wet Werk en Zekerheid. In deze zaak verzoekt de werkgever de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren van de werknemer (artikel 7:669 lid 3, onderdeel d, BW). De kantonrechter oordeelt dat de feiten en omstandigheden die door de werkgever naar voren zijn gebracht geen redelijke grond voor ontbinding opleveren.

‘Harde’ bewijzen noodzakelijk

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en ’s-Hertogenbosch (Hof Arnhem-Leeuwarden, 3 februari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:761 en Hof ’s-Hertogenbosch, 25 februari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:705) hebben eerder geoordeeld dat het ‘aannemelijk maken’ van het disfunctioneren door de werkgever voldoende is om het disfunctioneren van de werknemer aan te nemen. Daarbij waren geen harde bewijzen vereist en werd verwezen naar de voorheen geldende Beleidsregels Ontslagtaak UWV. De kantonrechter neemt uitdrukkelijk afstand van dit standpunt. Met betrekking tot de voorheen geldende Beleidsregels oordeelt de kantonrechter dat die een bestuursrechtelijke grondslag en een bestuursrechtelijk karakter hebben. De toetsing door het UWV in het kader daarvan was een “bestuursrechtelijk toets”, zoals in de Beleidsregels zelf ook wordt aangegeven. In een bestuursrechtelijke procedure geldt dat partijen er in beginsel mee kunnen volstaan hun stellingen voldoende aannemelijk te maken. De bewijsrechtelijke regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zijn dan niet van toepassing. Die laatste zijn geschreven voor het civiele recht, zoals het onderhavige geschil. De kantonrechter ziet dan ook niet in waarom hij in deze civielrechtelijke procedure bij de toepassing van het bewijsrecht en bij de feitenvaststelling aansluiting zou moeten zoeken bij beleidsregels met een bestuursrechtelijk karakter. De kantonrechter neemt derhalve tot uitgangspunt dat in geschillen als deze in beginsel het civiele bewijsrecht van toepassing is, tenzij de aard van de zaak zich hiertegen verzet. Dat betekent dat de werkgever zijn stellingen zal moeten bewijzen (artikel 150 Rv). Indien de door de werkgever gestelde feiten met betrekking tot het disfunctioneren ter discussie staan, zijn er dus wel ‘harde bewijzen’ vereist om die als vaststaand aan te kunnen nemen. Bij de vraag of de vaststaande feiten de conclusie kunnen rechtvaardigen dat sprake is van disfunctioneren, gaat het volgens de kantonrechter niet (meer) om een feitenvaststelling, maar om een waardering en beoordeling van die feiten.

Let op het verbetertraject

Zelfs indien het disfunctioneren vaststaat, is de werkgever er nog niet. De werknemer dient door werkgever immers op een deugdelijke wijze in de gelegenheid gesteld worden om zijn functioneren te verbeteren. In dat kader moet een werkgever ook een verbetertraject opstellen. Zonder een verbetertraject volgt er namelijk geen ontbinding (Rechtbank Rotterdam, 23 oktober 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:9957).

Win tijdig juridisch advies in!

Bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren van de werknemer (artikel 7:669 lid 3, onderdeel d BW) wordt door de kantonrechter de lat voor de werkgever hoog gelegd. Een tip voor werkgevers is om een goede dossieropbouw te hebben, zodat zij in een latere fase zo min mogelijk geconfronteerd worden met discussies over de vraag of de werkgever erin geslaagd is om  ‘hard bewijs’ aan te dragen teneinde disfunctioneren van de desbetreffende werknemer als vaststaand te kunnen aannemen. Het is derhalve meer dan ooit verstandig om, vóórdat er wordt overgegaan tot ontslag, eerst juridisch advies in te winnen. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de werknemer die geconfronteerd wordt met een naderende ontbindingsprocedure wegens vermeend disfunctioneren. Een voorafgaand oriënterend of adviserend gesprek met een advocaat kan u derhalve veel ellende en geld besparen.

De volledige uitspraak kan geraadpleegd worden via de volgende link:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:8420

30 november 2016|

Huisbezoek door DUO en is uw uitwonendenbeurs ingetrokken? Check goed wie de controleur is!

Sinds jaar en dag is DUO flink actief met het voeren van huiscontroles bij studenten die uitwonend zijn. Veelal zijn er twee controleurs die onaangekondigd het door de student opgegeven adres komen controleren. Zij onderzoeken dan of de student daadwerkelijk uitwonend is. Vervolgens rapporteren zij hun bevindingen aan DUO en DUO neemt op basis van deze rapportage de beslissing om de uitwonendenbeurs van de desbetreffende student al dan niet in te trekken. Vaak volgt hierop ook een boetebeschikking die oploopt tot 50% van het bedrag dat door DUO wordt teruggevorderd als gevolg van de intrekking van de uitwonendenbeurs. De beslissing van DUO valt of staat dan ook met de inhoud van deze rapportages. Het is dan ook zaak om in te zoomen op de controleurs die deze rapportages opstellen.

Hierbij dient zich dan ook de meest voor de hand liggende vraag aan: wie zijn eigenlijk deze controleurs? Een leek zou denken dat het in alle gevallen gaat om ambtenaren die in dienst van DUO of van een andere overheidsinstantie werken. Dat klopt niet (helemaal). In zijn uitspraak van 2 december 2015 had de Centrale Raad van Beroep (hierna te noemen: de “Raad“) al geoordeeld dat de wettelijke regeling het mogelijk maakt dat DUO voor de uitwonendencontroles werknemers aanwijst in dienst van private bedrijven, zoals bijvoorbeeld SV-Land en Investiga.

De Raad heeft nu, in zijn uitspraak van 1 juni 2016, geoordeeld dat het niet geoorloofd is dat deze private bedrijven voor de uitwonendencontroles zzp’ers inschakelen. Deze zzp’ers zijn immers geen werknemers in dienst van het private bedrijf. Door het ontbreken van een voldoende rechtstreekse gezagsverhouding zijn de sturingsmogelijkheden door het private bedrijf onvoldoende verzekerd. Voor de Raad heeft bij de totstandkoming van dit oordeel een belangrijke rol gespeeld dat met de uitwonendencontroles een overheidstaak wordt uitgevoerd en dat met het verlenen van toezichthoudende bevoegdheden aan personen buiten de overheid terughoudend moet worden omgegaan. De rapportages van de huisbezoeken die door zo’n zzp’er zijn verricht zijn daarom niet bruikbaar voor DUO om een herziening van studiefinanciering op te baseren en kunnen onder omstandigheden zelfs aangemerkt worden als onrechtmatig verkregen bewijs.

Is uw uitwonendenbeurs om bovengenoemde redenen ingetrokken en moet u daarnaast een boete betalen van 50% van het bedrag dat van u wordt teruggevorderd? Dan is het heel verstandig om uit te zoeken wie de huiscontroles bij u heeft gedaan. De namen van de controleurs staan altijd vermeld in de door hen opgestelde rapportages. Een simpele zoekopdracht op google levert al gauw resultaten voor u op, zodat u zelf kunt nagaan of het gaat om een zzp’er of niet. Gaat het inderdaad om een of meer zzp’ers? Dan heeft u in ieder geval uw eerste kansrijke bezwaargrond geformuleerd! Denkt u in een soortgelijk geval toch de bijstand van een advocaat of jurist nodig te hebben? Schroomt u dan vooral niet om contact op te nemen met een van onze advocaten of juristen.

Wij zijn telefonisch te bereiken op 070 711 33 30 (Den Haag) en 020 717 31 10 (Amsterdam). Mailt u liever? Dat is ook prima. U kunt een e-mail sturen naar info@arslanersoy.nl en vragen naar mr. Umit Arslan (in Den Haag) en/of mr. Yusuf Ersoy (in Amsterdam).

21 oktober 2016|

Facebook moet van rechter IP-adres van stalker verstrekken aan benadeelde

Een cliënt van ons werd sinds jaar en dag herhaaldelijk lastiggevallen op Facebook door iemand die zijn identiteit geheim hield. Hoewel onze cliënt een vermoeden had wie het was, kon hij de betrokkenheid van de desbetreffende persoon niet aantonen. Toen de beledigende en onrechtmatige posts over zijn persoon ondraaglijk werden voor hem, benaderde cliënt ons kantoor met het verzoek om hem rechtsbijstand te verlenen.

Al gauw sommeerde mr. Yusuf Ersoy Facebook om het IP-adres gekoppeld aan de registraties op het Facebook-account te verstrekken, zodat de door onze cliënt geleden schade verhaald kon worden op de beheerder van het Facebookprofiel en herhaling van deze onrechtmatige gedraging(en) voorkomen kon worden. Helaas weigerde Facebook hieraan mee te werken, waardoor het entameren van een kort geding onvermijdelijk werd voor ons.

Gelukkig overwoog de Voorzieningenrechter van de Rechtbank te Haarlem in zijn vonnis d.d. 25 augustus 2016 dat onze cliënt een reëel belang heeft bij het verkrijgen van de door hem genoemde gegevens. Onze cliënt heeft immers zonder over deze gegevens te beschikken geen mogelijkheid om de verantwoordelijke persoon te dwingen te stoppen met zijn acties jegens hem en hem aan te spreken tot vergoeding van de schade die hij stelt te hebben geleden.

De Voorzieningenrechter stelt voorop dat Facebook conform de geldende wetgeving de bevoegdheid heeft om persoonsgegevens van de desbetreffende beheerder van het Facebookprofiel te verstrekken indien dit noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de benadeelde, tenzij het belang van de beheerder en in het bijzonder diens recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer prevaleert. In dat kader moeten dus de belangen van de benadeelde en de beheerder van het Facebookprofiel tegen elkaar worden afgewogen.

In het onderhavige geval valt deze belangenafweging in het voordeel van onze cliënt uit, aldus de Voorzieningenrechter. Onze cliënt heeft immers een zwaarwegend belang om gevrijwaard te blijven van anoniem geuite onterechte beschuldigingen en beledigingen aan zowel zijn adres als dat van vrienden en kennissen en het zonder zijn toestemming openbaar maken van persoonlijke gegevens en foto’s op een Facebookprofiel met zijn naam. Het belang van Facebook en de beheerder bij het niet-verstrekken van gegevens in verband met het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer dient in dit geval het onderspit te delven, aldus de Voorzieningenrechter.

Kortom: Facebook is veroordeeld om onder meer het IP-adres dat is gebruikt bij de registratie en de contactinformatie verstrekt bij de registratie van het Facebookprofiel te verstrekken aan onze cliënt.  Hiermee komt de identiteit van degene die onrechtmatig heeft gehandeld jegens onze cliënt een stuk dichterbij, waardoor rechtsmaatregelen genomen kunnen worden tegen hem.

De volledige uitspraak kunt u raadplegen via onderstaande link:

Vonnis Rechtbank Noord-Holland 25.08.2016

1 september 2016|

Op staande voet ontslagen? Een aantal bruikbare tips!

Veelvuldig worden wij als advocatenkantoor geconfronteerd met vragen van cliënten over ontslag op staande voet. In dit verband is het handig om goed geïnformeerd te zijn over wat je als werknemer te wachten staat, indien je op staande voet bent ontslagen.

Voortvarend optreden

Bij ontslag op staande voet moet er voortvarend opgetreden worden doordat opzegging wegens een dringende reden uitsluitend kan, als na een zorgvuldig onderzoek een directe beëindiging van de arbeidsovereenkomst noodzakelijk is voor de werkgever. Dan moet er sprake zijn van gedragingen of eigenschappen van de medewerker die zodanig zijn dat van de werkgever redelijkerwijze niet verlangd kan worden dat deze de arbeidsovereenkomst laat voortduren. De discussie spitst zich dan ook toe op de vraag of er in de gegeven omstandigheden sprake is van “dringende redenen” die het ontslag op staande voet rechtvaardigen. In onze praktijk maken wij het vaak genoeg mee dat werkgevers te lichtvaardig omgaan met het ontslag op staande voet. Dit, terwijl in het arbeidsrecht het ontslag op staande voet dient als ultimum remedium.

Sinds de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) is het niet meer voldoende om het gegeven ontslag buitengerechtelijk via een brief te vernietigen. Tegenwoordig moet men binnen twee maanden na het verleende ontslag op staande voet middels een verzoekschrift de kantonrechter vragen om het ontslag te vernietigen. Als dit niet binnen deze termijn heeft plaatsgevonden, dan zal de rechter het ontslag niet meer ongedaan kunnen maken. Het is dan ook van eminent belang dat u snel juridisch advies inwint en een advocaat inschakelt die voortvarend voor u handelt, indien u van mening bent dat het ontslag op staande voet ten onrechte is gegeven.

Schikking

In de praktijk komt het geregeld voor dat er na een ontslag op staande voet toch nog een schikking bereikt wordt en dat partijen afspraken maken over het beëindigen van de arbeidsrelatie met wederzijds goedvinden. De gemaakte afspraken worden samengevat in een vaststellingsovereenkomst, zodat partijen geen misverstanden hoeven te laten bestaan over de gemaakte afspraken. De werknemer kan hierbij belang hebben, omdat hij dan zijn recht op een WW-uitkering behoudt en geen risico meer loopt dat de kantonrechter het ontslag op staande voet bekrachtigt.

Ook voor de werkgever kan dit voordelig(er) zijn, omdat hij dan niet meer het risico loopt dat de kantonrechter het ontslag op staande voet vernietigt of de werknemer een billijke vergoeding toekent.

Als werknemer is het ook belangrijk om te weten dat u zelfs na het aangaan en ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst, de overeenkomst binnen twee weken na ondertekening kunt ontbinden door beroep te doen op uw wettelijke bedenktijd. Deze termijn wordt zelfs drie weken als die bedenktijd niet in de schriftelijke overeenkomst is vermeld (artikel 7:670b lid 3 BW), zodat de werknemer binnen die periode kan bewerkstelligen dat de overeenkomst alsnog niet tot stand komt.

Heeft u te maken met ontslag op staande voet en heeft u dringend een advocaat nodig? Schroomt u dan niet om contact op te nemen met een van onze advocaten. U kunt ons telefonisch bereiken via 070-711 33 30 (Kantoor Den Haag) of 020-717 31 10 (Kantoor Amsterdam). Wilt u liever per e-mail contact opnemen? Dat kan ook uiteraard. In dat geval kunt u ons bereiken op info@arslanersoy.nl

 

Sfeerbeeldfoto selfmade bewerkt

 

4 augustus 2016|